Maak een tabel van 6 bij 6.
Zet in de bovenste horizontale rij de cijfers 1 t/m 6 (zoals op een dobbelsteen).
Bedenk bij elk cijfer vijf verschillende bewegingen en schrijf of teken die in de vakken eronder. Bijvoorbeeld:
1: spring, kniebuiging, klap drie keer, draai rondje, spring.
2: tien keer stappen op de plaats, armen hoog, armen voor, hoofd-schouders-knieën-teen, tien keer stappen.
Gooien en bewegen maar.